Onderbeen, enkel en voet

Het onderbeen bestaat uit twee botstukken: het scheenbeen en kuitbeen. De onderzijde van deze botstukken vormen met het eerste voetbot het bovenste spronggewricht. Het andere botstuk vormt samen met het hielbeen het onderste spronggewricht. Het onderste en bovenste spronggewricht noemen we de enkel. Aan de buitenzijde daarvan zitten drie banden – aan de binnenzijde bevindt zich één grote band. Enkelbanden zorgen voor stabiliteit van de enkel. Onder de voet bevindt zich een dikke peesplaat die de voet stabiel maakt bij het staan en lopen.

 

Spierscheur in de kuit
Spierscheuringen komen regelmatig voor tijdens het sporten. De trekkrachten op een deel van de spiervezels kan dusdanig groot worden dat deze kapotscheuren. Ook kleine bloedvaatjes worden vernietigd. Vaak is een blauwe plek zichtbaar. In het onderbeen gaat het vaak om de lange kuitspier. Dit trauma wordt ook wel ‘zweepslag’ genoemd. Revalidatie van een gescheurde spier  duurt – afhankelijk van de grootte -  ongeveer vier tot acht weken.

 

Scheenbeenvliesontsteking
Shinsplints of ontsteking van scheenbeenvlies is een blessure die frequent voorkomt bij hardlopers en spelsporters (voetbal, hockey, basketbal, enz). De pijn is voelbaar aan de binnenrand van het scheenbeen en kan, afhankelijk van de ernst, langs het gehele bot voelbaar zijn. Soms is ook een lichte zwelling aanwezig. De klacht kenmerkt zich door pijn bij het begin van sportbeoefening. De pijn trekt in de regel na een aantal minuten weg, maar keert na het sporten weer terug. De oorzaak van deze blessure is vooralsnog. De revalidatie beslaat tenminste vier tot zes weken.

 

Enkelbreuken
Als de krachten waarmee de enkel zwikt groot zijn, kan het voorkomen dat het kuitbeen breekt. Afhankelijk van de locatie van de breuk kan een operatie noodzakelijk zijn. Dit wordt vastgesteld in het ziekenhuis na een röntgenfoto. Operatief ingrijpen is meestal noodzakelijk om er voor te zorgen dat het bovenste spronggewricht geen blijvende schade oploopt. Een operatie vindt ook plaats als de breuklijn zich boven het gewricht bevindt. In alle gevallen worden voet en  onderbeen in het gips gezet. De revalidatie na een enkelbreuk ligt gemiddeld tussen de drie en zes maanden.

 

Enkelbandproblemen
Bij een verzwikking van de enkel klapt de voet naar buiten. Als gevolg daarvan ontstaat een grote trekkracht aan de enkelbanden aan de buitenzijde van de enkel. Deze kunnen, afhankelijk van de snelheid waarmee het zwikken plaatsvindt, uitrekken, inscheuren of afscheuren. De schade aan de banden bepaalt de duur van de revalidatie, die gemiddeld zes tot acht weken duurt.

 

Peesplaatontstekingen
Problemen met de peesplaat onder de voet kennen vaak geen duidelijke de oorzaak. De klacht wordt dikwijls ‘hielspoor’ genoemd, dat wil zeggen een verkalking die onder het hielbeen en in de peesplaat drukt. Op röntgenfoto’s is dit proces zichtbaar. De irritatie van de peesplaat veroorzaakt pijn en stijfheid bij het opstaan in de ochtend. Deze klachten verdwijnen na een aantal minuten. Ook tijdens en na het sporten kan de pijn verergeren. De revalidatie neemt twee tot zes weken in beslag.

>> melden echo en shockwave!!

 

Achillespeesruptuur
Een achillespeesklacht die naar verhouding vaak voorkomt is afscheuring. Vooral mannelijke sporters in de leeftijd van 35 tot 50 jaar zijn hierbij oververtegenwoordigd. Operatief ingrijpen is vaak noodzakelijk. Daarna gaat de patiënt vier tot zes weken in het gips. De duur van de revalidatie bedraagt tussen de zes en negen maanden.

 

Achillespeesproblemen
De achillespees raakt vaak bij sporters overbelast, vooral bij hardlopen en spelsporten. Als er sprake is van irritatie van de achillespees, is deze vaak pijnlijk en soms verdikt. Pijn en stijfheid in de pees zijn kenmerkend. In eerste instantie zijn de klachten alleen aanwezig na het sporten. Bij het negeren van deze klachten, kunnen deze uitgroeien tot stijfheid en pijn tijdens het opstaan in de ochtend en minuten lang aanhouden. Pezen zijn slecht doorbloed en het herstel bergt een relatief lange periode. Revalidatie neemt tenminste drie maanden in beslag.