Bovenbeen en knie

Het kniegewricht verbindt het bovenbeen met het onderbeen. Op de knie zit de knieschijf. Het kniegewricht bestaat uit een binnenste en buitenste meniscus, een binnenste en buitenste knieband en een voorste en achterste kruisband. Het kraakbeen bedekt de botuiteinden van het onderbeen, het bovenbeen en de achterzijde van de knieschijf.

 

Gescheurde meniscus
De binnenste meniscus heeft een ‘C-vorm’ - de buitenste meniscus een ‘O-vorm.’ Beide bevinden zich tussen het onderbeen en bovenbeen. De buitenste en binnenste meniscus zorgen voor stabiliteit van het kniegewricht. Tevens zijn ze verantwoordelijk voor schokdemping, smering en voeding van het kraakbeen.

Door plotseling grote druk en/of draaiing van het kniegewricht kan een meniscus scheuren. Dat veroorzaakt pijnklachten, het gevoel dat de knie ‘op slot’ zit en de sensatie dat men door de knie zakt. Tevens kan het kniegewricht zwellen. In sommige gevallen kan deze scheur herstellen door specifieke oefeningen. Indien herstel uitblijft beoordeelt de orthopedisch chirurg aan de hand van een kijkoperatie of het beschadigde deel van de meniscus kan worden verwijderd. Na de operatie zijn bewegingsadviezen en oefeningen van belang om dagelijkse- en sportactiviteiten te hervatten.

 

Gescheurde kruisband
In het kniegewricht zitten de kruisbanden: de voorste- en achterste kruisband. Beide banden voorkomen dat het kniegewricht teveel zijwaartse of draaibewegingen kan maken. Bij een plotselinge en forse verdraaiing van de knie kan een beschadiging van (meestal de voorste) kruisband optreden. Behalve pijnklachten zorgt dit voor instabiliteit, onzekerheid en het gevoel dat er geen controle over het kniegewricht kan worden uitgeoefend. Fysiotherapie kan door specifieke oefeningen de controle en kracht van de beenspieren trainen en  daarmee min of meer de functie van de kruisband overnemen. Blijft resultaat achterwege, dan wordt meestal gekozen voor operatief ingrijpen. Bij deze operatie wordt elders in het been een pees weggehaald en op de plaats van de kruisband aangehecht. Revalidatie vindt plaats door middel van  een oefenprogramma.

 

Klachten rond de knieschijf
Aan de voorzijde van het kniegewricht zit de knieschijf. De knieschijf bevindt zich in de pees van de grote dijbeenspier en zorgt voor drukverdeling in het kniegewricht. Door verschillende redenen kan het kraakbeen achter de knieschijf geïrriteerd raken. In de meeste gevallen is de oorzaak een verminderde controle van een van de dijbeenspieren. Fysiotherapie zorgt dat de controle wordt hersteld en het geïrriteerde kraakbeen achter de knieschijf herstelt. De behandeling bestaat uit het leren controleren van de spierfuncties van het bovenbeen, eventueel ondersteund door ‘tapen'.

 

Gescheurde binnenste knieband
De binnenband en de buitenband bevinden zich respectievelijk aan de linker- en rechterkant van het kniegewricht. Zij voorkomen dat de knie naar binnen of naar buiten kan buigen. Bij een plotselinge en forse zijwaartse beweging van de knie kan een beschadiging van (meestal de binnenste) knieband optreden. Deze band kan daarbij verrekken, inscheuren of zelfs volledig afscheuren. De klachten bestaan uit pijn aan de binnenzijde van de knie en een gevoel dat de knie naar binnen zwikt. Indien de knieband volledig is gescheurd wordt in overleg met de orthopedisch chirurg gekozen voor een brace of gips voor vier tot zes weken. In alle situaties is fysiotherapie noodzakelijk om de spiercontrole en spierkracht van de beenspieren te trainen.

 

Beschadiging van het kraakbeen
Kraakbeen bedekt het uiteinde van het bovenbeen, het onderbeen en de achterzijde van de knieschijf. Het heeft een glad en veerkrachtig oppervlak. Kraakbeen zorgt voor een minimale wrijving in het kniegewricht. Bovendien kan het vervormen zonder te beschadigen bij glijdende bewegingen en druk.

 

 Kraakbeen bestaat uit vier lagen:
1. Oppervlakkige laag
2. Overgangslaag
3. Diepe laag
4. Verkalkte laag
Afhankelijk van de ernst van de kraakbeenschade is er sprake van graden: 0 = goed, 4 = geen kraakbeen.

 

Kraakbeen kan beschadigen bij trek- en wrikkrachten in het kniegewricht. Afhankelijk van de schade kan het kraakbeen, zij het uiterst langzaam, deels herstellen. Specifieke oefeningen kunnen daarbij tot steun zijn.